skip to main |
skip to sidebar
Kleding is in Japan belangrijker dan in Nederland. Professor Geeta Mehta legde het bondig uit. In de VS gaan dames op sneakers over straat naar hun werk en trekken daar aangekomen hun high heels aan. In Japan is dat net andersom. De dames haasten zich op vreselijk ongemakkelijke naaldhakken door de gangen van de metro en lopen op kantoor op huiselijke sloffen rond.
De kleding geeft verder precies aan wat je positie in de samenleving is. Vrijwel alle mannen die op een kantoor werken en niet tot de top behoren, de salary men, lopen in een zwart pak, (meestal) wit overhemd en een stropdas. Dat is een soort uniform. Net als arbeiders die in een vaalgroene overal lopen, of veiligheidsmensen in blauw met fluorescerend hesje en helm.
Loop je in shorts op slippers over straat dan ben je duidelijk in je vrije tijd bezig. Studenten lopen overdag nog wel in een T-shirt, maar voor de rest is een T-shirt eigenlijk je ondergoed. Het wordt erg gewaardeerd als je met je kleding duidelijk maakt wat je plaats in de samenleving is. Dat schept duidelijkheid en rust en voorkomt pijnlijke misverstanden. Dat is hier heel belangrijk.Buitenlanders zijn meestal niet alert op deze dress codes. Maar ach, da's niet erg want je bent toch geen Japanner. Je plaats in de Japanse samenleving is niet gedefinieerd. We zijn hier allochtoon en dat zijn we.Als architect draag je in Nederland geen stropdas. Doe je dat wel dan ben je eigenlijk niet betrouwbaar. Bij Takenaka in Europa droegen alle Japanse architecten natuurlijk wel een stropdas. Het werd echt ingewikkeld toen ik met de Japanners in Slowakije voor een Koreaanse klant werkte. Dan zat ik als enige architect zonder stropdas aan tafel. Zolang je verder pico bello gekleed en verzorgd bent kan dat. Als allochtoon heb je nogal wat speelruimte. Bij Slowaken zat de stropdas vaak heel beroerd, dat is ook erg, maar de Slowaken kwamen niet bij onze klant aan tafel. Maar wat moet ik nou aantrekken? Ik voel me prettig in een lange broek, overhemd en dichte schoenen. En het is simpel: het is voor iedereen makkelijker als je buitenshuis niet in je ondergoed rondloopt.
Architectuur moet je vooral zien. En beleven. Ondertussen loopt de teller van de beeldvoorraad rap naar de 2000 foto’s dus selecteren is noodzakelijk. We zullen daarom in komende post de stad laten zien door een onderwerp te illustreren. Bijvoorbeeld heel moderne gebouwen. Of gebouwen die modern waren. Oude gebouwen. Westers antiek. Het uitzicht van de keizer. Vandaag een westers vertrekpunt in zo’n beschouwing: Het stratenpatroon.
Het stratenpatroon van Tokyo laat zich vergelijken met dat van Parijs. Een fijn netwerk van smalle straatjes waardoorheen een aantal fikse brede wegen loopt. Het contrast kan heel groot zijn. Zo rij je tussen de wolkenkrabbers door en sla je een zijstraat in dan loop je tussen kleine huisjes.

Misschien is dit wel het meest voorkomende soort straat in Japan. Smal. De huizen staan een klein eindje van de rand van de kavel vandaan. Net genoeg ruimte voor wat plantjes. Dan begint de openbare weg met een stoeprand en een betonnen goot. Dan asfalt tot aan de overkant. Twee duidelijke witte strepen markeren het gebied voor de auto’s.
Je kunt hier de kadastrale gegevens trouwens gewoon op straat vinden. Hoeken van kavels zijn gemarkeerd. Je ziet hier een kavel in eigendom grenzend aan de openbare weg:
De donkere rand is privaat. Het betonnen opstandje in de stoeprand toont een pijl die naar linksboven wijst en die de precieze grens aangeeft. De stoeprand is dus van de gemeente.
Hier en daar bevinden zich kleine ‘ongelukjes’ in het stratenpatroon. Een grote straat doorsnijdt het fijne netwerk zodanig dat van de oorspronkelijke kavel alleen een driehoekig puntje overblijft. In Amsterdam vindt je dat soort puntvormige kavels ook. Daar waar de Jordaan de Prinsengracht ontmoet staan veel huizen met een rare scheve plattegrond.
Gebouwen met een scherpe punt werden niet erg op prijsgesteld in oostelijk Azië. Vandaar dat je van die ronde toestanden tegenkomt.
Een leuke en vrolijke is deze. Een beetje ontdeugend en zo.
Dit is mijn favoriet. Ja, er zit een scherpe punt aan, dat is opmerkelijk, maar die ronde openingen verzachten dat wel goed en de punt wijst niet naar een aangrenzend gebouw. Niemand wordt dus gekliefd door deze schijnbare bijl. Het is echt een mooi gebouw. Hier ontstaat die rare vorm van de kavel doordat de straat die langs de rivier loopt ineens de rivier over moet. Een raar puntje bleef toen over.
"Maar waarom is een stratenpatroon nou een westers vertrekpunt, mijnheer de architect?".In Japan worden huizen niet geadresseerd met de straat waaraan ze liggen. Er zijn een hoop straten zonder naam. Die hebben ze niet nodig. Hoe doet de postbode dat dan... Elke wijk heeft een naam. Wij wonen in Shirokane (dat ligt in Minato-ku, een stadsdeel van Tokyo). Door de wijk lopen een aantal grote straten, die de wijk opdelen in buurten die een nummer hebben. De kleine straten delen de buurten op in blokken. Die blokken hebben ook een nummer. Binnen het blok heeft elk huis zijn eigen nummer, op chronologische volgorde van uitgifte van de kavel. Dus wat door elkaar. Ons adres is daarom Shirokane 2-3-23.De Japanse opzet gaat dus uit van de gebouwde omgeving, de westerse gaat uit van de publieke ruimte.De echt eigenwijze lezer zal nu opmerken dat het Nederlandse postcode systeem precies zo werkt als de Japanse adressering: het postcodenummer is de wijk, de eerste letter is de buurt, de tweede letter is het blok. Het huisnummer doet de rest.Tijdens de Amerikaanse bezetting na 1945 werden adressen met straatnamen ingevoerd. Toen de Amerikanen vertrokken mochten ze dat systeem weer mee naar huis nemen...